Wijnbouw
Wijnbouw heeft een zeer lange geschiedenis. Vanuit Mesopotamië is de wijnstok door Grieken en Romeinen in Europa terechtgekomen. Aan het eind van de middeleeuwen was wijnbouw heel algemeen, zelfs in Nederland, Noord-Duitsland en Polen. Door de kleine ijstijd (het was in de 16e- 17e eeuw tijdelijk een paar graden kouder) werd de wijnbouw bijna 1000 km naar het zuiden gedrongen. De tweede helft van de 19e eeuw vormden ziekten, afkomstig uit Amerika, grote problemen voor de Europese wijnbouw. De grootste bedreiging druifluis kon worden afgewend door de Europese druiven te enten op Amerikaanse onder- stammen, een oplossing die nog steeds functioneert. Een ander probleem vormde meeldauw. Rond 1860 en 1880 kwamen de echte en valse meeldauw in Europa en sindsdien spuiten wijnboeren tegen de schimmels met een mengsel van zwavel en koper (bordeauxse pap).
Na de tweede wereldoorlog kwamen nieuwere fungiciden. Verder werden ook allerlei andere "rationalisaties" doorgevoerd: kunstmest ter verhoging van de opbrengst, herbicide tegen het onkruid (dat immers concurreert met de druivenstok) en spuiten met insecticide tegen schadelijke insecten als rode spint, druivencicade en druivenmot. Bij de open haard zittend met een lekker glaasje wijn bedenkt u vast niet hoe milieuonvriendelijk de wijnbouw de afgelopen 50 jaar geworden is, maar als u 's zomers in een Frans wijngebied gaat kijken dan weet u beter. Een ander probleem is dat door kunstmest enorme opbrengstverhogingen mogelijk werden, het drie- of viervoudige. Een opbrengst van 40 hectoliter per hectare geeft een smaakvolle wijn met een lange afdronk, maar 120 hectoliter geeft een dunne waterige wijn zonder afdronk. Uiteraard verklaren deze opbrengstverschillen ook de grote prijsverschillen: bij een drie keer zo lage opbrengst is de wijn drie keer zo duur. Van een super- marktwijn van 2 à 3 euro, waarbij kurk, fles en accijns al 1 euro kosten en de logistiek van vervoer en verkoop ook minstens 1 euro, blijft er weinig over voor de wijnboer. U mag voor die prijs niet verwachten dat hij dan nog verantwoord en duurzaam omgaat met bodem en milieu.
Dat het ook anders kan bewijzen talloze kwaliteitsbewuste en gewetensvolle wijnboeren. Hun wijnen vindt u echter niet bij de supermarkt, maar vaak nog wel bij de betere wijn- winkels. Bewoners van wijnlanden kopen de betere wijnen vaak rechtstreeks bij de wijnboer uit de eigen streek of tijdens een vakantieterugreis. Daar treft u wijnen aan die uw winkel niet halen. De partijen zijn veel te klein voor de supermarkt en vervoer en verkoop zou die wijn te duur maken.
De wijnwereld is afgelopen 50 jaar erg veranderd. Enerzijds is het een bulkmarkt geworden, maar anderzijds is 10 à 15 % van de wijnbouw op kwaliteit gericht. Principes uit de biologische wijnbouw worden overgenomen door veel goede wijnbedrijven. Een van de nieuwste veranderingen is dat wijnbouw in Nederland sterk groeiende is, dit tengevolge van nieuwe druivenrassen. Onder de rode knoppen vindt u informatie over al deze nieuwe ontwikkelingen in de wijnbouw.
|