EKO keurmerk

Resistentie

 

 

Resistentie

Er bestaan vele druivenrassen. Tot vijf jaar geleden waren alle druivenrassen die lekkere wijn geven ondersoorten van de Europese druif Vitis vinifera (bijv. Riesling, Pinot noir, Chardonnay, Merlot, Cabernet sauvignon). Tot ± 1860 hoefden deze rassen niet gespoten te worden tegen schimmelziekten. Toen kwamen echter een aantal schimmelziekten (echte en valse meeldauw) over uit Noord-Amerika en verspreidden zich over Europa. Het bleek dat de Europese druif geen afweermechanisme heeft tegen deze schimmels. Daarom wordt sinds ± 1880 tegen echte meeldauw gespoten met zwavel en tegen valse meeldauw met koper. Zonder te spuiten bleek wijnbouw niet mogelijk. De afgelopen 40 jaar ging de gangbare wijnbouw steeds meer over op synthetisch-chemische middelen, de biologische wijnbouw bleef zwavel en koper gebruiken.Valse meeldauw in blad

 


Al voor 1900 ging men op zoek naar druivensoorten met weerstand tegen meeldauw, vaak resistentie c.q. tolerantie genoemd. De wilde Amerikaanse soorten bezaten deze weerstand. Dit kan worden verklaard via de evolutie: meeldauw kwam al tienduizenden jaren voor op het Amerikaanse continent en alleen de druivensoorten die een resistentie hadden ontwikkeld konden zich daar handhaven, de overige stierven uit. Jammer genoeg hadden alle Amerikaanse soorten vreemde bijsmaken, bijv. foxy smaak (nat hondevel), motteballen of een chemische aardbei-achtige smaak. Al rond 1890 men op het idee Europese en Amerikaanse rassen te kruisen. Er werden zeer veel kruisingen gemaakt in de hoop dat sommige ervan de goede eigenschappen van de Amerikaanse en Europese soorten in zich zouden verenigen, nl. meeldauwresistentie čn goede wijnsmaak. De eerste decennia viel dat erg tegen: als de nakomelingen ongevoelig waren voor meeldauw dan hadden ze toch weer rare bijsmaken. Men bleef doorkruisen met als resultaat steeds complexere kruisingen. Midden 20e eeuw waren er al wel een paar meeldauwresistente rassen die redelijk smaakten, maar redelijk is niet goed genoeg voor kwaliteitswijn. Pas rond 1990 lukte het om meeldauwtolerantie te combineren met een goede wijnsmaak, vooral door inspanningen van Duitse onderzoekstations in Geisenheim, Siebeldingen en Freiburg.

Inmiddels is de laatste paar jaar wel gebleken dat absolute resistentie niet bestaat en dat tolerantie een beter woord is. De meeste meeldauwtolerante rassen hebben in vochtige zomers toch wel 1 of 2 bespuitingen tegen meeldauw nodig. De klassieke druivenrassen moeten echter veel vaker worden bespoten, in normale zomers 6 tot 8 keer, in vochtige zomers wel 12 keer per jaar. De nieuwe rassen geven dus wel degelijk een flinke milieuwinst.

Grappig is dat veel meeldauwtolerante rassen vroegrijp zijn. Dit komt omdat de wilde Amerikaanse druivensoorten vroeger rijp zijn dan Vitis vinifera en deze eigenschap meestal is doorgegeven naar de nieuwe kruisingen. Op dit moment is het witte ras Solaris het vroegst rijp, het rijpt zelfs goed in Denemarken en Zuid-Zweden. Over enkele jaren komen nog nieuwere druivenrassen op markt, bijvoorbeeld kruisingen tussen de beste klassieke druivenrassen met Solaris. Dit opent perspectieven voor noordelijke streken als Nederland: nieuwe rassen die smaken als Cabernet sauvignon of Pinot noir, maar dan meeldauwtolerant en vroegrijp. Wat wil je nog meer!

[Home] [Resistentie] [Meeldauwresistent] [Nieuwe rassen] [Bio wijnbouw] [Nederland]