Biologische wijnbouw
In de gangbare (o.a. de franse) wijnbouw gebruikt men veel kunstmest (dat uitspoelt naar het grondwater) en spuit men met fungicide tegen meeldauw, met herbicide tegen het onkruid en met insecticide tegen schadelijke insecten als rode spint, druivencicade en druivenmot.
In biologische wijnbouw mogen kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen niet gebruikt worden. Biologische wijnbouw is sinds kort veel eenvoudiger geworden door de nieuwe meeldauw-resistente rassen. Immers, er hoeft niet met chemische of koperhoudende middelen tegen meeldauw te worden gespoten en deze middelen komen dus ook niet terecht op planten en vruchten en in bodem en grondwater. Daardoor raken allerlei natuurlijke processen raken minder ontregeld.
Belangrijk is bijvoorbeeld het bodemleven dat via allerlei omzettingsprocessen voor de bodemvruchtbaarheid zorgt. Verder blijft de populatie van nuttige insecten (roofmijten, sluipwespen, zweefvliegen, etc.) door de afwezigheid van chemische middelen op een zodanig niveau dat schadelijke insecten niet boven de schadedrempel uitkomen en dus op hun beurt niet op chemische wijze be streden hoeven te worden.
Een wezenlijk onderdeel van biologische wijnbouw is daarom de bodembegroeiing, de ondergroei met gras, kla- ver en bloemen. Deze bevor- dert de humusopbouw en stimuleert het bodemleven (regenwormen, micro-orga- nismen, etc.) Dit bodemleven heeft via omzettings- processen en bodembe- luchting een gunstige invloed op de gezondheid van de druivenplanten. Klaver in de ondergroei bindt stikstof in de bodem zodat kunstmest niet nodig is. Bloemen in de ondergroei trekken nuttige insekten aan die schadelijke insecten opeten. Behalve de keuze van minder gevoelige druivenrasssen is ook de teeltwijze van belang, bijv. het handhaven van een luchtige loofwand. Dit betekent veel handwerk (scheutdunnen en opbinden) maar het gewas droogt dan sneller op na regen of dauw en heeft dan veel minder last van schimmels.
Grappig is dat veel principes uit de biologische wijnbouw zoals ondergroei zijn overgenomen door ganbare wijnbouwers die zich op kwaliteit richten. Zo is in Duitsland ondergroei de afgelopen 10 jaar gangbaar geworden. Verder gebuiken (dwz. spuiten) veel bio-wijnboeren preparaten op basis van o.a. algen, heermoes en soms ook waterglas. Algen stimuleren de wortelgroei en heermoes en waterglas bevatten veel kiezelzuur dat de celwand verhardt, zodat schimmelziekten worden voorkomen.
Het boek van Hofmann, Köpfer & Werner (1995) getiteld "Ökologische Weinbau" geeft een diepgaande bespreking van de vele processen en kringlopen en hoe de wijnbouwer deze kan benutten.
|